

Kennisnet-podcast
Kennisnet
In de Kennisnet-podcast praten we over verschillende thema's rond onderwijs en ict.
Episodes
Mentioned books

Aug 29, 2017 • 30min
Rousseau en de leerling in de digitale samenleving
Jean-Jacques Rousseau, de Zwitserse Verlichtingsfilosoof uit de 18e eeuw, heeft grote invloed gehad op hoe er tegen het opvoeden van kinderen wordt aangekeken. Hij is vooral bekend met zijn boek 'Emile', dat nog steeds wordt gelezen. Wat kunnen we van Rousseau leren over de leerling in de digitale samenleving? We stelden de vraag aan filosoof Daan Roovers. "We denken vandaag de dag dat kinderen heel veel aan kunnen", zegt ze. "Dat ze vroeg mondig en vroeg wijs zijn. Maar komt bepaalde informatie niet te vroeg voor ze? Wat kinderen bijvoorbeeld in het Jeugdjournaal zien, kunnen ze totaal niet relateren aan de wereld waarin ze leven. Als ouder of leraar hoef je niet alles bij kinderen weg te houden, maar we kunnen daar wel voorzichtiger in zijn."

Jul 12, 2017 • 33min
Digitale geletterdheid: Groningen pioniert
Digitale geletterdheid is belangrijk voor Leerlingen van Openbaar Onderwijs Groningen (O2G2). Leerlingen werken 4 uur in de week aan hun digitale vaardigheden. Dat geldt voor kleuters maar ook voor leerlingen in 6 vwo. Hoe dit eruit ziet in de praktijk? Beluister de nieuwste Kennisnet-podcast. In deze Kennisnet-podcast interviewen we bestuurder Theo Douma, die een jaar geleden begn met de ontwikkeling van een leerlijn digitale geletterdheid. Voor deze podcast bezochten wij ook een van zijn scholen. Pilots lessen digitale geletterdheid O2G2 zet stevig in op digitale geletterdheid. In het schooljaar 2016-2017 zijn op 8 scholen verschillende pilots gestart op 8 scholen met lessen in digitale geletterdheid. gestart. Het toekomstbeeld: een leerlijn die start bij de kleuters en doorloopt tot aan de laatste klas van het vwo. O2G2 benadert digitale geletterdheid als een het geheel van digitale kennis en vaardigheden, die bestaand uit 4 vier componenten: ict-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking. "Deze vaardigheden vormen de basis voor van onze leerlijn, waar ook SLO en FutureNL aan meewerken. Je kunt het zien als onze 'digitale geletterdheid-grondwet'. Het is aan de scholen zelf om te bepalen op welke manier deze componenten in de lessen worden aangeboden.", zegt Douma. Geef personeel de ruimte Wat doet Douma anders dan andere bestuurders? Hij geeft zijn personeel ruimte. "Wat wij niet doen is alles van A tot Z doordenken. Met een plan van aanpak, en het opstellen van teveel doelen, uitgevoerd door schoolleiders en leraren zodat alles over drie jaar alles is geregeld. Die illusie moet je niet hebben. We hebben een doel en een globaal plan, maar we leggen niet teveel vast". "Bij de een startbijeenkomst hebben we dan ook gezegd: 'Je mag fouten maken, echt waar. Sterker nog, als je geen fouten hebt gemaakt, ben je niet tot het uiterste gegaan'. Het is goed om out-of-the-box te denken. Als het goed is voor de leerling, mag je best wat risico's nemen." Ruimte voor creativiteit Leerkracht Koen Buiter - ook te horen in de podcast - is door Douma aangesteld als 'deelprojectleider digitale geletterdheid'. Een dag in de week zet hij pilots op bij scholen die bijdragen aan de leerlijn digitale geletterdheid. Buiter heeft de tijd van zijn leven. "Er ontstaan teams van mensen van verschillende scholen. Het bestuur geeft ons veel ruimte voor creativiteit. Dat is erg inspirerend. Ik heb nog nooit zo'n leuke baan gehad."

Jul 4, 2017 • 25min
Het Internet of Things en het onderwijs
Het Internet of Things en het onderwijs "Het Internet of Things, het gebruik maken van internet door alledaagse objecten, heeft veel potentie in het onderwijs en veiligheid is het belangrijkste aandachtspunt hierbij". Deze conclusie trekken Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering na hun bezoek aan de SXSW Interactive conferentie in Austin, Texas. In de nieuwe Kennisnet podcast vertellen zij over de laatste ontwikkelingen op dit gebied. Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering, experts bij Kennisnet, houden zich onder andere bezig met het verkennen, analyseren en duiden van nieuwe technologietrends. Ze kijken vooral kritisch naar de toegevoegde waarde van technologie voor (de organisatie van) onderwijs. Op de SXSW Interactive conferentie bezochten zij sessies over het Internet of Things. Welke inzichten leverde dit op? De mens als onderdeel van het Internet of Things "Bij het Internet of Things denk je misschien aan mogelijkheden om via sensoren het licht te bedienen, of aan apparaten die energiegebruik in een gebouw optimaliseren. Als mens kun je ook onderdeel zijn van het Internet of Things: bijvoorbeeld door het dragen van een zogenaamde 'wearable', een stuk draagbare technologie op het lichaam" zegt Van Bruggen. "Ook is het mogelijk om door middel van deze technologieën emoties te herkennen, feedback te geven aan de drager of software meer te personaliseren. Ook makers van onderwijsproducten oriënteren zich op het gebruik van emotieherkenning. Een spannend gebied waarin het ook van belang is om over ethische grenzen te praten," stelt Van Bruggen. Superpowers 'Wearables' kunnen ook gebruikt worden om veel informatie te geven. Booij bezocht een sessie waarin andere toepassingen van 'wearables' gepresenteerd werden. "Deze wearables kunnen je als het ware superpowers geven. Middels Google Glass kunnen brandweermannen bijvoorbeeld informatie ontvangen van een gebouw dat ze moeten betreden. Door het dragen van handschoenen die zogenaamde haptische feedback (gevoelsmatig en tastbaar) geven aan spieren, kun je een pianostuk leren spelen. Deze toepassing wordt ook gebruikt bij een herstelproces om spieren weer in beweging te brengen, en daarmee het proces van herstel versnellen", aldus Booij. "Veiligheid is een probleem bij het Internet of Things" Het Internet of Things heeft veel potentie voor toepassing in het onderwijs, het onderwijsproces en de ondersteunende fysieke infrastructuur. Veiligheid is wel het grootste aandachtspunt. Van Wetering en Van Bruggen bezochten een sessie met Vint Cerf: een vice-president bij Google. Hij wordt ook wel de vader van het Internet genoemd."Hij maakt zich grote zorgen over de veiligheid van het Internet of Things. Volgens hem is het Internet of Things de grootste ontwikkeling van het internet en is het van groot belang dat we het veiligheidsissue oplossen zodat Internet of Things een succes wordt", zegt Van Wetering. Gebruik schoolgebouw beheersenConcrete mogelijkheden voor het onderwijs zijn het gebruik van deze technologie om het gebruik van een gebouw te optimaliseren. Denk hierbij aan het verminderen van het energieverbruik, het optimaliseren van het gebruik van de ruimte in het gebouw en het bewaken en optimaliseren van het interne klimaat (zuurstof en temperatuur). Beluister de podcast met de Kennisnetexperts Beluister hieronder de Kennisnet podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet. Op kn.nu/kennisnetpodcast vind je een overzicht van eerdere podcasts.

Jun 13, 2017 • 45min
Janusz Korczak en de leerling in de digitale samenleving
''Het gesprek over het digitale leven van leerlingen in het hier en nu, moet veel meer gewicht krijgen." Dat zegt pedagoog Joop Berding, in gesprek met Remco Pijpers in deze Kennisnet podcast over leerlingen in de huidige digitale samenleving. Berding laat zich hierbij inspireren door pedagoog Janusz Korczak. Joop Berding is pedagoog, docent en onderzoeker op Hogeschool Rotterdam en auteur van het boek 'Ik ben ook een mens'. Daarnaast is hij Korczcak-kenner. Grondlegger kinderparticipatie Janusz Korczak was een Poolse-Joodse pedagoog, die ook wel de grondlegger van de kinderparticipatie wordt genoemd. In 1919 formuleerde hij, ver voor het officiële Verdrag over de rechten van het kind, zijn 'Grondwet over de rechten van het kind'. Daarin staat onder andere: dat een kind recht heeft op de dag van vandaag dat een kind het recht heeft te zijn wie het is. In 1912 stichtte hij een weeshuis, waarmee hij zijn ideaal in de praktijk bracht. Kinderen betrok hij bij de dagelijkse gang van zaken, onder andere door het instellen van een kinderparlement, en het oprichten van een krant - de eerste ter wereld waarvan de redactie geheel uit kinderen bestond. De geschiedenis van deze 'kinder-republiek' kende een verdrietig einde. In 1942 werden alle inwoners van het weeshuis vanuit het getto van Warschau naar Treblinka getransporteerd. Korczak kreeg de kans te ontsnappen, maar hij koos ervoor tot het einde bij de kinderen te blijven. Wat zou Korczak aanspreken uit onze digitale tijd? "Korczak was voor het meedoen van kinderen," zegt Berding. "Hij was iemand die, als hij nu zou leven, de uitvinder kon zijn van sociale media. Hij zou er enthousiast over zijn omdat ze kinderen de mogelijkheid geven zelf internetpagina's te maken. Zijn krant, de Kleine Revue, zou zeker een Facebook-pagina hebben gekregen. Tegelijkertijd vond hij een kindgerichte en gemeenschapsgerichte cultuur belangrijk, een cultuur waarin kinderen volledig tot hun recht komen. Maar wel binnen een zo rechtvaardig mogelijke samenleving." Berding vraagt zich af of sociale media wel zo kind- en gemeenschapsgericht zijn. "Janusz Korczak zou kritisch zijn. Tellen kinderen werkelijk mee voor sociale media-bedrijven? De advertenties die kinderen over zich heen krijgen, spreken boekdelen."

May 24, 2017 • 31min
Kunstmatige intelligentie concreet toepassen in het onderwijs
Er zijn steeds meer concrete toepassingen van kunstmatige intelligentie voor het onderwijs. Deze conclusie trekken Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Weterering na hun bezoek aan de SXSW Interactive conferentie in Austin, Texas. In de nieuwe Kennisnet podcast vertellen zij over de laatste ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie en robots. Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering zijn Kennisnetexperts en houden zich onder andere bezig met het verkennen, analyseren en duiden van nieuwe technologietrends. Ze kijken vooral kritisch naar de toegevoegde waarde van technologie voor (de organisatie van) onderwijs. Op de SXSW Interactive conferentie bezochten zij sessies over kunstmatige intelligentie (artificial intelligence), slimme computers, algoritmen en robots. Welke ontwikkelingen vielen hen op? Ontwikkeling van slimme robots staat nog in de kinderschoenenSpraakherkenningstechnologie ontwikkelt zich razendsnel, maar de 'persoonlijke vaardigheden' van kunstmatige intelligentie staat nog in de kinderschoenen. Echt menselijk lijkend gedrag vertonen ze nog niet. "Het schrikbeeld van een slimme supercomputer die de mensheid wil uitroeien, is nog steeds science fiction", concludeert Els Booij. Dit komt doordat slimme robots en computers vooral werken op basis van informatie die wij mensen ze hebben gegeven en geleerd. Ze ontwikkelen zichzelf vanuit de beginsituatie, geprogrammeerd door mensen. Michael van Wetering vergelijkt de huidige ontwikkeling van kunstmatige intelligentie met de tijd van de Wright Brothers in de luchtvaart: het komt van de grond, maar onbedoeld stort er ook nog wel eens wat neer. De luchtvaart heeft zich daarna in relatief korte tijd zeer sterk ontwikkeld. Experts zeggen dat dit groeiscenario ook voor kunstmatige intelligentie zeer goed mogelijk is. Profiteren van slimme computers, algoritmen en robots Dagelijks maken we allemaal al gebruik van 'machine learning. Machine learning is een vorm van intelligentie waarbij computers patronen herkennen, en vervolgens uit die patronen leren. "Een voorbeeld is het gebruik maken van een e-mailprogramma of door het uitvoeren van een zoekopdracht op je telefoon via spraakherkenning. Diensten voor e-mail kunnen bijvoorbeeld zelf spam wegfilteren doordat het systeem, door de grote hoeveelheid e-mail die het verwerkt, kenmerken van spam e-mails heeft leren herkennen" vertelt Wietse van Bruggen. Binnen het onderwijs zijn al veel oefen- en toetsprogramma's in gebruik die zich slim aanpassen aan het niveau van de leerling. Michael van Wetering ziet in de nabije toekomst mogelijkheden op het gebied van stelopdrachten. "Deze zijn essentieel in de taalontwikkeling van leerlingen, maar kosten veel tijd om na te kijken. Tekstanalyse en feedback inspreken en deze om laten zetten naar tekst zou je door middel van kunstmatige intelligentie kunnen uitvoeren. Dit levert de leraar veel tijdwinst op en leerlingen krijgen sneller feedback." Andere mogelijkheden liggen op het gebied van 'factcheckers': slimme computerprogramma's die uitspraken in film of tekst op waarheid kunnen beoordelen. In het kader van mediawijsheid en kritisch nadenken in een wereld vol alternatieve feiten, is dit een zeer waardevolle toepassing van kunstmatige intelligentie, denkt Els Booij. Risico's kunstmatige intelligentie We moeten toe naar een situatie waar we nog steeds begrijpen hoe kunstmatige intelligentie tot een bepaalde conclusie komt, vindt Michael van Wetering. Dat betekent dat deze slimme computers ons op een simpele manier moeten uitleggen hoe ze een heel complexe opdracht hebben uitgevoerd. Op deze manier gaan we niet blind af op de conclusie die kunstmatige intelligentie trekt. Zo wordt kunstmatige intelligentie meer 'aanvullende intelligentie' (augmented intelligence), waarbij computers ons helpen bij het maken van de juiste beslissingen, in plaats van dat ze het werk van ons overnemen. Wietse van Bruggen ziet ook nog wel andere gevaren. "Je kunt kunstmatige intelligentie bijvoorbeeld ook foute dingen aanleren, zodat deze bijvoorbeeld een stopbord als een voorrangsbord interpreteert. Dit soort risico's worden gelukkig onderkend door vooraanstaande onderzoekers op dit gebied. Zij gaan daarom ook actief aan de slag met dit soort vraagstukken". Beluister de podcast met de experts van KennisnetBeluister hieronder de Kennisnet podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet. Op kn.nu/kennisnetpodcast vind je een overzicht van eerdere podcasts.

Apr 19, 2017 • 34min
Tijd besparen met technologie in gepersonaliseerd onderwijs
Technologie is geen vereiste voor onderwijs dat rekening houdt met de individuele behoeften van leerlingen, maar bespaart wel tijd. Deze conclusie trekken Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering naar aanleiding van hun recente bezoek aan de SXSWedu conferentie in Austin, Texas. Welke indrukken en inzichten hebben zij daar nog meer opgedaan? In deze Kennisnet-podcast vertellen zij over technologie die gepersonaliseerd leren ondersteunt. Els Booij, Wietse van Bruggen en Michael van Wetering zijn experts bij Kennisnet en houden zich onder andere bezig met het verkennen, analyseren en duiden van nieuwe technologietrends. Ze kijken vooral kritisch naar de toegevoegde waarde van technologie voor (de organisatie van) onderwijs. Op de SXSWedu-conferentie vielen hen de volgende ontwikkelingen op. Edbots beantwoorden vaakgestelde vragen en activeren leerlingen Chatbots worden meer en meer ingezet door bedrijven die contact onderhouden met grote groepen klanten met vragen over producten of in administratieve processen. Deze toepassing staat in het onderwijs bekend onder de naam 'Edbots'. Deze Edbots blijken succesvol bij het beantwoorden van vragen van leerlingen over hun opleiding, dit doen zij 24/7. Ook werken deze Edbots heel goed bij het stimuleren van leerlingen om net-op-tijd lesvoorbereiding te doen. Wietse vertelt bovendien hoe Edbots de 'summer melt' - vastlopende leerlingen in taaie inschrijfprocessen voor vervolgopleidingen – kunnen verlichten. Virtual Reality: interessante technologie, terughoudend met toepassing in onderwijs Hoewel VR (virtual reality) interessante technologie is, ontbreekt vooralsnog bewijs dat de technologie leeropbrengsten verhoogt. Daarnaast heeft de technologie vervelende bijeffecten, zoals misselijkheid en desoriëntatie, waar fabrikanten van de headsets ook voor waarschuwen. Zij adviseren beperkte toepassing bij kinderen onder de 12 jaar. Els Booij concludeert op basis van diverse presentaties bij SXSWedu dat de technologie zeker potentieel heeft maar dat vooralsnog terughoudendheid past bij de toepassing in het onderwijs. Het gaat (weer) om onderwijs, ondersteund door technologie Wietse van Bruggen ziet bij deze conferentie een breed publiek van onderwijsmensen, onderzoekers en kleine en grote marktpartijen die met elkaar in dialoog gaan over onderwijs en de bijdrage die technologie daaraan kan leveren. Zo'n dialoog is zeer waardevol maar helaas ook nog zeldzaam. Tot haar spijt zag Els Booij geen verrassende nieuwe toepassing van technologie, hoewel we daaruit ook kunnen concluderen dat we in Nederland/Europa goed op de hoogte zijn van de belangrijkste ontwikkelingen. Michael van Wetering constateert dat het Amerikaanse onderwijs zeer volwassen omgaat met de technologiemarkt door nadrukkelijk producten te selecteren die bewezen resultaten opleveren. Daarbij worden goede afspraken gemaakt over het eigendom van de data van leerlingen en leraren. Het onderwijs gaat bovendien pragmatisch om met innovatieve producten waarvan in eerste instantie vooral kwalitatieve resultaten beschikbaar zijn, het kwantitatief onderzoek komt immers pas beschikbaar als technologie enige tijd wordt toegepast. Meer weten over de SXSWedu conferentie? Beluister hieronder de Kennisnet podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet. Op kn.nu/kennisnetpodcast vind je een overzicht van eerdere podcasts.

Apr 7, 2017 • 37min
Pedro De Bruyckere over digitale geletterdheid en pedagogiek
De discussies over technologische toepassingen in de klas gaan volgens pedagoog Pedro de Bruyckere niet zozeer over techniek als wel over pedagogiek. "Het gaat eerder over vragen als 'Hoe kun je een kind meer zeggingskracht geven?' en 'Hoe kun je een leerling meer autonoom laten werken?'," legt hij uit in de Kennisnet podcast over digitale geletterdheid. Pedro De Bruyckere ( http://xyofeinstein.be/) is pedagoog en jongerenonderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent. Hij schreef diverse boeken over de jongerencultuur, waaronder 'Jongens zijn slimmer dan meisjes' (2013) en 'Meisjes kijken – meisjescultuur in de spiegel' (2013). Zijn boek Ik was 10 in 2015 publiceerde hij samen met collega Bert Smits. Hierin beschrijven zij de tendensen die invloed hebben op de levens van kinderen en jongeren. Voor technologie in het onderwijs ziet De Bruyckere vooral een ondersteunende rol, legt hij in de podcast uit. De discussies over technologische toepassingen in de klas gaan volgens hem niet zozeer over techniek als wel over de manier van lesgeven: "Als je er op een afstand naar kijkt, merk je dat het eerder gaat over vragen als 'Hoe kun je een kind meer zeggingskracht geven?' en 'Hoe kun je een leerling meer autonoom laten werken?'," legt hij uit. Pedagogische discussies, noemt hij dit, waarbij het in feite gaat over ervoor zorgen dat kinderen zijn voorbereid op de toekomst. "Je kunt ook werken met moderne technologie en toch compleet ouderwets lesgeven, zonder dat er iets van gepersonaliseerd werken bij komt." Zo is hij ook niet onverdeeld positief over programmeren als vak in het onderwijs. "Volgens mij is er verwarring over of het een doel is of een middel," zegt hij. Zolang het bedoeld is om kennis te maken met programmeren als vak, staat De Bruyckere erachter. Dat verandert zodra het een middel wordt om vaardigheden als probleemoplossend vermogen te verwerven, omdat daar meerdere methoden voor zijn. Veel relevanter vindt hij het dat kinderen andere dingen leren. In de podcast gaat De Bruyckere in op het model van Unesco, met vaardigheden die leerlingen moeten leren voor de wereld van morgen. Samengevat gaat het om leren weten, leren ageren, leren samenleven en leren jezelf te zijn. De Bruyckere voegde daar 'leren kiezen' aan toe. Hij denkt dat dit nodig is vanwege de overvloed aan keuzemogelijkheden die kinderen hebben terwijl hun tijd beperkt is. "Hoe geef je aan kinderen mee dat niet alles kan? En hoe maak je goede afwegingen?" Hij verwacht dat pedagogische discussies in de komende jaren gaan over de vraag hoe we jongeren de drie ingrediënten kunnen geven die zij nodig hebben voor hun ontwikkeling: ruimte, tijd en vergeten. "Vroeger was de school de plek van de vrije tijd, de vrije ruimte," zegt De Bruyckere. Vandaag de dag staan deze onder druk, constateert hij, bijvoorbeeld vanwege prestatiedruk.

Mar 20, 2017 • 37min
Meester Bart over de leerling in de digitale samenleving
"Heb een open relatie met je leerlingen en heb vertrouwen in ze. Het komt allemaal goed met ze, ook op internet." Dat zegt Bart Ongering in de Kennisnet-podcast. Ongering staat beter bekend als 'Meester Bart'. Op 30 maart is hij keynote-spreker op het VO-congres 2017. Bart Ongering (35) is docent Engels op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer in Amsterdam Zuidoost. Daarnaast is hij mentor van een examenklas en zorgmentor voor leerlingen met problemen. Maar hij is ook schrijver, met een column in de krant Trouw. Een verzameling columns is gebundeld in het boek 'Meester Bart op zijn best'. En dan heeft hij ook nog duizenden volgers op Twitter en Facebook. Hoe krijg je als leraar grip op leerlingen en hun digitale leefwereld? "Het begint met je er bewust van zijn dat je leerlingen in een andere tijd opgroeien. Ze weten niet beter dan dat er internet is. Het is vanzelfsprekend voor ze. Ik ben 35 jaar. Wij kregen internet thuis in 1998. Voor ons is internet dus pas later in ons leven gekomen. Je hoeft leerlingen niet meer te leren hoe ze op internet gaan. Veel basisvaardigheden doen ze als vanzelf op. Je moet het meer met ze hebben over hoe je communiceert. Hoe stel je een goede e-mail op? Welke taal gebruik je? Welke boodschap wil je vertellen? "Maar het is niet alleen internet. De leerlingen van nu zijn opgegroeid na de aanslagen op de Twin Towers 11 september 2001. Na de komst van de euro. Het is een andere generatie. "Zelf zit ik op Facebook en Twitter, maar de leerlingen hebben me geleerd wat SnapChat is en hoe dat werkt. Daar had ik ze hard bij nodig. Dat was wel een reality-check: 'O ja, meester Bart wordt ook ouder.' Haha. Als leraar mag je ook je zwakte laten zien. Wat speelt er bij leerlingen op internet? Wat hoor je als mentor? "Ik vraag aan het begin van het schooljaar wie actief is op sociale media, en natuurlijk steekt iedereen zijn vinger op. Dan zien ze dat ze dat met elkaar gemeen hebben. Het mooie aan mentor zijn is dat je een vertrouwensband met je leerlingen kunt opbouwen. In mijn mentorles zijn sociale media een vast item. "Ik praat met leerlingen over hoe je met elkaar omgaat in een groeps-app. Dat doe ik niet door te zeggen wat normaal en niet normaal is. Ik stel ze vragen. Ik vraag: 'Wat vinden jullie normaal en niet normaal?' Ze weten dat donders goed. Door daar in een open sfeer over te praten, kom je heel ver. Het is goed dat kinderen van elkaar horen wat hun ervaringen zijn. Meestal zijn ze de groeps-app al begonnen in groep 8. Ze hebben een verleden met elkaar. Ze zijn vaak al heel veel ervaringen rijker. En door ze te laten praten, merken ze hoeveel overeenkomsten ze hebben met elkaar. "Als er problemen zijn, dan spelen die zich niet meer zozeer af in de pauzeop het schoolplein, maar via sociale media, op smartphones. Er wordt geroddeld, of leerlingen zijn verliefd en er worden dingen gezegd die ze beter niet hadden kunnen zeggen. Maar wij volwassenen kunnen ons daar soms te druk over maken. Ja, tieners maken fouten. Ze hebben woorden via sociale media, maar heel snel daarna staan ze weer samen op het voetbalveld, alsof er niks aan de hand is.Kinderen hebben een dikkere huid dan we vaak denken." Over de podcastserie 'Onder pedagogen' In de podcastserie 'Onder pedagogen' gaat Remco Pijpers in gesprek met mensen uit het onderwijs over de leerling in de digitale samenleving. Dat doet hij vanuit een pedagogisch perspectief. Elke aflevering staan hij en zijn gast stil bij het perspectief van een invloedrijke pedagoog of denker. Beluister hieronder de podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet.

Mar 13, 2017 • 22min
Internet of Things en toepassingen in het Onderwijs
In het Kennisnet Trendrapport 2016-2017 komt het begrip Internet of Things zeker twintig keer voor. Gaat deze technologische trend de komende vijf jaar nog een belangrijke rol spelen; of is het een hype? Internet of Things als doorontwikkeling van het InternetIn deze podcast bespreken Michael van Wetering (Strategisch adviseur Innovatie) en Hans Pronk (onafhankelijk adviseur en internet expert) wat het Internet of Things is. En welke mogelijke toepassingen voorzien zij in het onderwijs voor deze(door)ontwikkeling van het Internet waarbij alledaagse voorwerpen verbonden worden met het netwerk en daarmee gegevens (data) uitwisselt. Beluister het gesprek tussen Michael van Wetering en Hans PronkMeer weten? Beluister deze podcast met Hans Pronk en abonneer je via iTunes. Je ontvangt nieuwe afleveringen daarna automatisch zodat je ze kunt beluisteren op je telefoon of tablet wanneer en waar jou dat goed uitkomt.

Mar 3, 2017 • 27min
Simone Walvisch over onderwijsinnovatie en ict
Op 23 januari 2017 nam Simone Walvisch afscheid als vicevoorzitter van de PO-Raad, de sectororganisatie voor het primair onderwijs (po). In deze Kennisnet podcast kijken we met haar terug op haar loopbaan en op het onderwerp innovatie en ict. Simone Walvisch begon haar carrière in 1981 als lerares Nederlands, waarna ze diverse bestuurlijke rollen vervulde. Bij de PO-Raad zag ze al vroeg de kansen van ict voor het onderwijs. Volgens Toine Maes, directeur van Kennisnet, verdient Walvisch hier erkenning voor. "De PO-Raad heeft ict als strategisch belangrijk domein ten volle gezien en omarmd. Dat is in belangrijke mate de verdienste van Simone. Hoe zij het bestuursakkoord en het Doorbraakproject heeft ingezet als vehikels om de sector naar een hoger plan te tillen, getuigt van visie en lef." Uitdagingen voor de leraar In de podcast staat Walvisch onder meer stil bij de uitdagingen voor de leraar. "Ict kan helpen een kind naar een ander niveau te tillen", aldus Walvisch, "maar het bewust zijn van wat je doet, de reflectie op dat proces - daar heb je de leraar voor nodig. Ict kan de kwaliteit van het onderwijs alleen verbeteren, als we over meer leraren beschikken die goed kunnen observeren en analyseren. Dat vraagt om meer hoger opgeleide leraren." Bestuurders moeten durven Ook voor bestuurders is er nog werk aan de winkel. "Bestuurders moeten schooldirecteuren meer durven te bevragen over hun visie op onderwijs en ict. Nu willen de meeste bestuurders niet tornen aan de autonomie van de school. Je hoeft je schoolleiders ook niet een onderwijsvisie op te leggen. Maar wil het onderwijs vooruit met ict, dan moet de bestuurders de schoolleider wel meer vragen: 'Hoe heb je je middelen aan ict besteed?', 'Hoe pakte dat uit?', 'Wat ging goed?', 'Hoe kun je jezelf verbeteren?." Walvisch is vicevoorzitter af en een ridderorde rijker: op 24 januari werd ze voor haar onderwijsinzet benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Ze blijft voor twee dagen per week verbonden aan de PO-Raad als adviseur. "Ik ben nog niet klaar." Beluister hieronder de podcast of abonneer je via iTunes op de podcasts van Kennisnet.


