Jan van Leiden, voormalig kroegbaas en zelfverklaarde koning van Münster, en Jan Matthijs, profeet en mede-wederdoper, duiken diep in de radicalisering van hun gemeenschap. Ze bespreken de chaotische doop van de inwoners, gedreven door dwang en de drang naar zuivering. Matthijs' visioenen over het einde der tijden, gekoppeld aan de komst van een nieuw Jeruzalem, zorgen voor groeiende spanningen. De dramatische confrontaties en parallellen tussen historisch extremisme en hedendaags terrorisme worden ook belicht, wat leidt tot een indringende reflectie over geloof en geweld.